column

Vaders voor vader

Wat doen moeders als ze vragen hebben over hun kind, de opvoeding, het huishouden? Ze vragen het aan hun moeder. Toch? Of aan hun zus, vriendin. En als dat allemaal niets oplevert, vragen ze aan de Viva of de Libelle. Maar wat doen papa’s als ze het even niet weten? Ze lossen het zelf op.


Er zijn van die dingen waar mama’s geen verstand van hebben. Echt waar. Eén van die dingen waar je mama’s niets over moet vragen zijn herenfietsen. Nou is dat ook niet erg belangrijk, omdat we mans genoeg zijn om daar zelf wat vanaf te weten. Het wordt lastiger als je een herenfiets combineert met een kinderzitje.
Mijn dochter wordt groot. Ze past niet meer voorop. Dus heb ik een zitje voor achterop gekocht. Na een uurtje zwoegen heb ik dat ding geïnstalleerd en ik ben best tevreden. Even uitproberen. O jee. Nu heb ik een probleem. De joviale zwaai van mijn been achterlangs wordt geblokkeerd door het zitje. Het voelt als een tackle op de man op het voetbalveld. De keeper ligt al in de verkeerde hoek en je legt aan om beheerst te scoren. Dan wordt je standbeen weggemaaid door een tegenstander. Je wordt overspoeld door emotie. Eerst desoriëntatie, dan onbegrip, gevolgd door frustratie en uiteindelijk woede. In je hoofd lag de bal al in het netje. Diezelfde golf emoties spoelden door me heen toen ik met fiets op de stoep belandde. Je zat in je hoofd al op de fiets. Je hoefde alleen nog maar af te zetten en weg te rijden. Het besef dat je kinderzitje in de weg zat dringt pas traag tot je door.
Wat nu? Dat ding eraf is mijn eerste reactie. Als je niet kunt opstappen kun je ook niet fietsen, dus. Het duurde even voor het volledige probleem zich aan mij ontvouwde. Dat ding moet er wél op, want voorop kan echt niet meer. Dus zet ik het fietsstoeltje terug en probeer opnieuw op te stappen. Ik hijs mijn been zo hoog mogelijk. Maar het lukt niet om de ‘straight fit’ pijp van mijn jeans over de zitting te krijgen.
Ik zucht. Weet je wat? Ik probeer het via been voor mijn zadel langs over de stang te krijgen. Die manoeuvre wordt me bijna fataal. Nu val ik voorover zonder dat ik mezelf kan opvangen. Ik blijf nog nét staan, maar het zweet breekt me nu uit. Wat nu?
Ik probeer nog een kratje als opstapje, maar ik geef het al snel op. Ik zie mezelf al ’s ochtends vroeg met een zware tas om mijn schouder, een donkerblauw aura van het ochtendhumeur, mokkend kind in het stoeltje van een kratje springen om op mijn stalen ros te kunnen springen. Stijgbeugels dan? Een takelsysteem? Ik geef het op. Ik zie geen oplossing.
Later spreek ik mijn vader en mijn broer. Tussen neus en lippen vraag ik hoe zij dat doen, dan wel deden. En wat denk je? Hoongelach is mijn deel. Recht in mijn gezicht lachen ze me uit. Koop een panty, roept mijn broer. Ga op gymnastiek, zegt mijn vader. Ze zeggen het eigenlijk niet tegen mij, maar tegen elkaar. Nou blijft er nog maar één ding over. Ik kijk op internet. Maar ook daar kom ik niet verder dan ‘Gewoon je been iets hoger doen. Als jonge vent moet dat toch lukken.’ En als ik ‘vaders voor vaders’ intoets kom ik terecht bij de dwaze vaders die hun kind graag nog een keer willen zien.
Ik weet genoeg. Als papa sta je er alleen voor. Van je collega-vaders hoef je het niet te hebben. Ik vind het wiel wel zelf uit. Ik ruil mijn fiets voor een damesfiets. Alleen dat zadel gaat eraf, want daar kan ik niet aan wennen.

Spread the word