column

Achteruit opruimen

Opruimen is heerlijk. Het lucht op. Vroeger had ik een hekel aan opruimen. Ik vond het onzin, zonde van mijn tijd. Nu besteed ik een groot deel van mijn tijd aan opruimen. Ja, een groot deel, want opruimen kost tijd, veel tijd.

Het is al ruim 2 jaar geleden dat ik begon met opruimen. En nu, 2 jaar later ben ik nog bezig. Heb ik dan zoveel troep? Dat valt wel mee, want ik woon op een flatje met maar twee slaapkamers, een schuurtje en een kelder. De kelder en het schuurtje gebruik ik om spullen in te zetten die ik niet meer gebruik. En die ruimtes stonden 2 jaar geleden vol tot in de nok. Toen ik begon met opruimen liep ik meteen vast op een logistiek probleem van de volle bergruimtes. En alles naar de stort brengen was geen oplossing, want er stonden spullen tussen die ik dagelijks gebruikte zoals mijn fiets, spullen die ik maar één keer per jaar gebruikte zoals mijn kampeeruitrusting en spullen die ik nooit gebruikte maar dacht ooit te gaan gebruiken. Ook mijn gereedschap lag er, en potgrond, mijn studiearchief, snoeren en stekkers en een grand fourlar en drie tafelpoten en opberg- en verhuisdozen. Én alles lag ook nog eens door en op elkaar. Kortom het was een zooitje. Er zat niks anders op dan te gaan sorteren. Een dagje werk als het buiten rotweer is. Je maakt je even kwaad en aan het eind van de dag is het een klusje geklaard. Maar er was helemaal geen plaats om te sorteren. En ik had ook geen auto om spullen naar de stort te brengen, de kringloopwinkel was dicht en ik had geen handjes om me mee te helpen want die zware kast kreeg ik niet in mijn eentje uit de kelder. De weg zat vol met beren. Inmiddels ben ik twee jaar verder en staat mijn schuur nog regelmatig vol met meuk. Want ik ben nog steeds bezig met het afdanken van troep die ik in de loop van de jaren heb verzameld en opgeslagen in alle kasten van mijn huis. Maar er is iets veranderd. Sinds een tijdje heb ik rekken in mijn kelder en een lage commode waarop ik kan sorteren. Als de kelder vol is, trek ik ten strijde met een plan en heerst er weer orde. Ik kan niet zomaar weggooien. Ik moet eerst sorteren en nadenken en heroverwegen. Een heel fijne regel is: Heb je het een jaar niet gebruikt en ben je het vergeten, gooi het dan weg of breng het naar de kringloop. Dat werkt prima. Want al die rommel die je hebt gaat in je hoofd zitten. Met al die troep moet je nog eens wat gaan doen en het neemt permanent bezit van je onderbewuste. Het zeurt maar door, ergens op de achtergrond en zorgt ervoor dat je nooit rust hebt. Sinds kort ben ik erachter gekomen dat ik alles weggooi in de omgekeerde richting. De spullen die ik het laatst heb gekocht of gekregen gaan als eerste weg. De oudste spullen blijven het langst, daar kan ik het moeilijks afstand van doen. Maar ook mijn archief; mijn krantenknipsels, schrijfsels, foto's en correspondentie dunt langzamerhand uit. Ik ga er eens goed voor zitten en gooi dingen bewust weg. Ik maak een mentale foto en dan verdwijnt het voorgoed bij het oud papier. Natuurlijk houdt ik het album met foto's uit mijn jeugd en mijn geboortekaartjes en die van mijn kind. Sommige dingen gooi je gewoon niet weg. Ik denk dat ik straks één of twee dozen overhoud en een leeg hoofd. Heerlijk.

Spread the word