column

Metroman

Ik heb het niet zo op metromannen. Weet je wat ik bedoel? Dat zijn mannen die zittend plassen, mannen die vrolijk met hun wederhelft meegaan naar de meubelboulevard of die sans gêne roze dragen en op damesfietsen rijden, mannen die kunnen praten over hun gevoelens en de hele tijd begrijpend knikken als hun lief aan het woord is. Het probleem met deze mannen is dat ze ons – normale kerels – een slechte naam bezorgen: 'Kijk, Evert gaat ook gezellig mee om kleren te passen' en 'hij vindt het helemaal niet erg om samen met Elise Boer zoekt vrouw te kijken, hij kijkt ook als zij er niet is.'

​Normale kerels worden een uitstervende diersoort, mannen die hun zaken zelf nog oplossen en niet om de haverklap op een forum zitten om hun hart digitaal uit te storten of om hulp vragen omdat ze er zelf niet uitkomen. Want wat doen vrouwen als ze vragen hebben over hun kind, de opvoeding, het huishouden? Ze vragen het aan hun moeder. Of aan hun zus of vriendin. En als dat allemaal niets oplevert, vragen ze aan de Viva of de Libelle.

En wat doen vaders als ze het even niet weten? Ze lossen het zelf op. Want er zijn van die dingen waar moeders geen verstand van hebben. Eén van die dingen waar je mama's niets over moet vragen zijn herenfietsen. Nou is dat ook niet erg belangrijk, omdat we mans genoeg zijn om daar zelf wat vanaf te weten, alleen wordt het lastiger als je een herenfiets combineert met een kinderzitje.


Mijn dochter wordt groot. Ze past niet meer voorop. Dus heb ik een zitje voor achterop gekocht. Na een uurtje zwoegen heb ik dat ding geïnstalleerd en ik ben best tevreden. Even uitproberen. O jee. Nu heb ik een probleem. De joviale zwaai van mijn been achterlangs wordt geblokkeerd door het zitje. Het voelt heel vreemd; als een tackle op de man op het voetbalveld. Kun je het je voorstellen: De keeper ligt al in de verkeerde hoek en je legt aan om beheerst te scoren. Dan wordt je standbeen weggemaaid door een tegenstander.

Je wordt overspoeld door emotie. Eerst desoriëntatie, dan onbegrip, gevolgd door woede en frustratie, want in je hoofd lag de bal al in het netje. Diezelfde golf emoties spoelt door me heen als ik met fiets op de stoep beland. Ik zat al op de fiets, in mijn hoofd. Ik hoefde alleen nog maar af te zetten en weg te rijden. Het besef dat het kinderzitje in de weg zit dringt vertraagd tot me door.

Wat nu? Dat ding eraf, is mijn eerste reactie. Als je niet kunt opstappen kun je ook niet fietsen, dus. Het duurt even voor het nieuwe probleem zich aan mij openbaart. Dat ding moet wél achterop, want voorop kan echt niet meer. Dus zet ik het fietsstoeltje terug en probeer opnieuw op te stappen. Ik hijs mijn been zo hoog mogelijk, maar het lukt niet om mijn 'straight fit' pijp van mijn jeans over de zitting te krijgen.


Ik zucht. Weet je wat? Ik probeer het via been voorlangs voor mijn zadel over de stang te krijgen. Die manoeuvre wordt me bijna fataal. Nu val ik voorover zonder dat ik mezelf kan opvangen met mijn handen. Ik blijf nog nét staan, maar het zweet breekt me nu uit. Wat nu? Ik probeer nog een kratje als opstapje, maar ik geef het al snel op. Ik zie mezelf al 's ochtends vroeg met een zware tas om mijn schouder, een donkerblauw aura van het ochtendhumeur, mokkend kind in het stoeltje van een kratje springen om op mijn fiets te kunnen springen. Stijgbeugels dan? Een takelsysteem? Ik geef het op. Ik zie geen oplossing.


Later spreek ik mijn vader en mijn broer. Tussen neus en lippen vraag ik hoe zij dat doen, dan wel deden, met dat kinderzitje. Wat denk je? Ze lachen me uit, recht in mijn gezicht lachen ze me uit. 'Koop een maillot', roept mijn broer. 'Ga op turnen', zegt mijn vader. Ze zeggen het eigenlijk niet tegen mij, maar tegen elkaar. Goed, daar heb ik dus niks aan, maar dat had ik wel kunnen verwachten.

Van arremoede ga ik op internetfora op zoek naar wijze raad. Maar ook daar kom ik niet verder dan 'Gewoon je been iets hoger doen. Als jonge vent moet dat toch lukken.' En als ik 'vaders voor vaders' intoets kom ik terecht bij de dwaze vaders die hun kind graag nog een keer willen zien. Als papa sta je er alleen voor. Van je collega-vaders hoef je het niet te hebben. Ik vind het wiel wel zelf uit.

Ik ruil mijn fiets voor een damesfiets, gooi dat malle zadel eraf en daar fiets ik dan met mijn omafiets met kinderzitje door de stad. Zo voelt het dus om een metroman te zijn… Maar als moeders die avond thuiskomt met een nieuw roze t-shirt kijken mijn dochter en ik elkaar aan met een vies gezicht: nee, dat shirt gaat papa echt niet aantrekken.

Spread the word