column

Opgeruimd

We slibben dicht. Of liever gezegd, ons huis slibt dicht. Ik ben een verwoed verzamelaar van spullen die ik later nog eens kan gebruiken in ons nieuwe huis. Dat is handig, maar als je in een groter huis gaat wonen, heb je ineens nog veel meer kamers waar je spullen in kwijt kan die je wilt bewaren voor nóg later in je volgende nieuwe huis.

Daarom ben ik een paar jaar geleden begonnen met het weggooien van spullen die ik niet meer gebruik. Maar zomaar terugblikloos weggooien, dat kan ik niet. Dus ben ik begonnen met het sorteren van oude spullen en daarvoor heb ik in de loop van de tijd een routine ontwikkeld. Spullen die direct weg kunnen gaan naar de kringloop of in de vuilnisbak, en spullen waarover ik twijfel worden gedegradeerd tot rommel en verdwijnen in een doos. Die doos verdwijnt vervolgens naar de kelder of de schuur.

Het is grappig hoe verwonderd ik zelf ben als ik die doos weer tegenkom na een half jaar. 'Verrek', denk ik dan, 'heb ik die rommel nog?!' Dat is dan een goed teken, want dat betekent dat ik de spullen niet gemist heb en dat ze zonder al te veel sentimenteel gejammer weg kunnen.

Dat opruimen is erg nuttig; niet alleen voor de leefbaarheid in huis, maar ook als leerzame oefening voor wat echt waardevol is in het leven. Daarom heb ik sinds kort een nieuwe doos met spullen. Deze doos is voor spullen die me juist heel dierbaar zijn of een zekere waarde vertegenwoordigen. Nee, er zitten geen juwelen en tafelzilver in, maar wel jeugdfoto's van mij of van mijn spruit, memorabilia zoals oude agenda's en kindertekeningen, polissen en dat soort spul.

En het opruimen is verslavend; ik voel me steeds lichter worden, ook in mijn hoofd. Het opruimen wordt langzamerhand een routine, een mooi systeem dat me bevrijdt van zaken die er niet en die er wel toe doen; geen snipper of prul ontloopt de grote zuivering van mijn huis ondergaat. Bij elk voorwerp dat ik in mijn handen krijg, overdenk ik tegenwoordig nut en noodzaak, en als het me niet bevalt verdwijnt het onverbiddelijk in de doos der vergetelheid. Het sorteren wordt een bevrijdend ritueel. 

De opruimwoede gaat ook 's nachts door; in mijn dromen sorteer ik tientallen kledingkasten, ontelbare keukenlades die uitpuilen van het bestek, kasten vol met speelgoed van mijn dochter, maar ook brandkasten en vele honderden meters overheidsarchief. En middenin die nachtelijke chaos hoor ik een schelle toon: Het brandalarm gaat, opgewekt spring ik uit bed, pak de doos met waardevolliteiten en opgeruimd verlaat ik het brandende huis.

Trots op mezelf – want het systeem werkt; ik heb geleerd wat écht van waarde is, de rest mag branden, ík zal er geen traan om laten. In mijn pyama kijk ik naar de uitslaande vlammen en koester de bescheiden doos met alles wat ik nog bezit; al het waardevols op deze aarde, totdat iemand me aan mijn mouw trekt en zegt: 'Papa, ben je niet iets vergeten?'

Spread the word