column

Alles van waarde…

Kunnen we het werk van Lucebert met terugwerkende kracht nazikunst noemen? Dat vroeg ik me af toen ik het nieuws las dat het Stedelijk Museum in Den Bosch volgend jaar een gedurfde tentoonstelling organiseert met kunst uit het voormalige Derde Rijk. Dan zou het werk van Lucebert een mooie tegenhanger kunnen zijn voor bombastische en groteske werk van de nazikunstenaars.

In zijn biografie over de Amsterdamse kunstenaar Lucebert doet biograaf Wim Hazeu een pijnlijke onthulling: Lubertus Swaanswijk – zijn echte naam – was in zijn jonge jaren een fervent aanhanger van de nazi-ideologie. Hij schreef antisemitische brieven naar het thuisfront die hij ondertekende met Heil Hitler. Een schok ging door cultuurminnend Nederland, want was Lucebert niet immers de man van de breekbare poëzie en nota bene de voorman van een nieuwe generatie kunstenaars die wilde breken met het gitzwarte verleden?

Kan je na de onthulling van Hazeu nog wel naar Lucebert kijken en luisteren zoals voorheen? Dat vind ik moeilijk. Het werk van Lucebert zal altijd baanbrekend en monumentaal zijn, ook al is het niet meer smetteloos: Het is als een prachtige dichtbundel met lelijke koffievlekken op de kaft en oren in de bladzijden.

De tentoonstelling wordt een gewaagde onderneming en toch durft directeur Timo de Rijk het aan om deze ‘kunst’ naar Den Bosch te halen. Want uit verschillende hoeken klinkt protest omdat het museum de kans loopt een bedevaartsoord voor allerhande schimmig bruin volk te worden. In Duitsland durft men een dergelijke tentoonstelling daarom – nog – niet aan.

En dan is er natuurlijk de vraag hoe je de verzameling objecten moet noemen? Het is ontworpen, en dus design, maar is het ook kunst? Tja, Wat is kunst? Daarover breken kenners en niet-kenners al eeuwen het hoofd. Mag een werk alleen kunst heten als niet in dienst van een ideologie wordt gemaakt. De Duitse cineaste Leni Riefenstahl was ondanks haar verwerpelijke opvattingen toch zeker een pionier op het gebied van filmmontage. Zij vernieuwde de film met talrijke opname- en montagevondsten net als haar Sovjet-Russische vakbroeders Eisenstein en Vertov.

De waarheid is dat het romantische beeld van de getormenteerde ziel die ‘kunst om de kunst’ maakt eerder uitzondering is dan regel, ook nu nog. Hedendaagse kunstenaars als Damien Hearst en Jeff Koons spelen met het prikkelende idee dat kunst net zoveel waard is als een blinde oliesjeik met teveel geld er voor wil geven. Ik denk dat kunst zonder ideologische lading niet bestaat.

In mijn bescheiden opvatting hoeft kunst niet zo hoogdravend te zijn. Een kunstenaar nodigt je uit om een stapje opzij te zetten en op de plek te gaan staan waar hij of zij stond en van daaruit de verbeelde werkelijkheid te bekijken. Dat ander perspectief levert nieuwe inzichten op, en schept daarmee automatisch nieuwe lagen, een nieuwe context, en daarmee vernieuwd kunst zich keer op keer.

Kunst is als een uitnodiging om de wereld met ander ogen te bekijken.

Kunst is als een uitnodiging om de wereld met ander ogen te bekijken. Dat is kunst met een ‘kleine k’, maar wel een praktische en werkbare definitie die ik graag hanteer. En soms, heel soms, ontneemt de kunst je de adem en laat je in totale verbijstering achter. Dan staat het Rad van Ixion even stil, om met Schopenhauer te spreken. Maar meestal is kunst gewoon kunst, met een kleine ‘k’.

Of nazidesign ook kunst is, dat doet er niet zoveel toe. Het is altijd leerzaam om de wereld te bekijken vanuit het perspectief van andere schilders, beeldhouwers en architecten. Al was het maar om er van te leren en te begrijpen hoe het beter kan en om te leren zien hoe werkelijkheid en verbeelding zich tot elkaar verhouden en zijn opgebouwd vanuit meerdere perspectieven en lagen. Zelfs al waren deze ‘kunstenaars’ niet zo tolerant richting hun vakgenoten en duldden zij geen andere perspectieven.

De nazi-ontwerpers verafschuwden het breekbare en het fragiele. Hun werk staat in schril contrast met het naoorlogse werk van Lucebert, van Cobra en van de Vijftigers. Lucebert tentoonstellen zou uiteraard misplaatst zijn, maar als ik directeur Timo de Rijk een suggestie mag geven: Misschien zou hij de tentoonstelling de titel ‘Alles van waarde is weerloos’ mee kunnen geven, dat voegt toch een mooie extra laag toe.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 16 maart 2018

Spread the word

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.