column

Op safari in de koelkast

“Zullen we de koelkasten schoonmaken?” roept ganggenoot Sylvia net iets te blij. Lamlendig ondergezakt kijken we naar Maya de Bij. Het is zaterdagmiddag: het holst van de dag voor een student. De ene stapavond is net verwerkt en de volgende is nog ver weg. We delen twee koelkasten met zestien mensen. Ja, u leest het goed: dat zijn acht studenten per koelkast en zoals een oud bijenspreekwoord zegt: “wat in het gemeen wordt bezeten, wordt door elkeen vergeten.” U kunt wel raden hoe deze frisse jongens erbij staan.

Maar ach, het regent en wat moet je anders? Dus gaan we met frisse tegenzin aan de slag met een klein ploegje vrijwilligers. Vrolijk banen we ons een weg door de inhoud van de eerste koelkast. “Is dit van jou?” “Nee, staat er een naam op?” “Ja, maar ik kan hem niet meer lezen.” “O, weg ermee dan!” En daar vliegt weer een pak jus de vuilnisbak in.

“Hé, kijk, die champignons zijn beschimmeld”, roept iemand. “Dat lijkt me sterk”, zegt Remco, onze gangfilosoof. “Champignons zíjn schimmel, dus dat zou hetzelfde zijn als een griepvirus met influenza of een kwaadaardig tumor met…” “Jajaja, Remco.” “Kijk dan”, zegt Sylvia en ze houdt een slap plastic bakje onder Remco’s neus. Het blauwe bakje is toegedekt met een dichte witte deken. Remco houdt zijn mond. Hij moet deze wisseling van perspectief even in stilte verwerken.

“wat in het gemeen wordt bezeten, wordt door elkeen vergeten.”

Hoe verder we komen, hoe moeizamer het gaat. We begonnen opgewekt aan onze missie, maar het dreigt nu een mission impossible te worden. Had ik toch maar gekozen voor een andere corveedienst, zoals het poetsen van de plees.

Overal hangen groene slierten naar beneden, we breken onze nek over onduidelijke hoopjes en heuveltjes en het kapmes moet eraan te pas komen om ons een weg te banen door deze jungle. Onderweg vermaken we ons met raadspelletjes. “Wat zou dit geweest zijn?” vragen we ons af bij een lichtgroen bemoste bol. “Was het een sinaasappel? Was het een tomaat? Nee, het was super-amoebe.”

Humor is een prima wapen tegen de walging. Geen mens die nog kan vertellen wat het was, we kunnen slechts gissen naar de herkomst – “Doctor Livingstone, I presume” – en niemand die het ding durft aan te pakken. Behalve Remco: laconiek redeneert hij alle gruwel weg met zijn onnavolgbare tractaten.

Op een gegeven moment stuiten we op een wand met vijftig tinten groen, of is het bruin? Ondoordringbaar. Dit moet de achterkant van de koelkast zijn, toch? “Hé, een ei. Daar ligt een ei”, roept iemand. “Dat is toch een ei?” “Ja, dat is een ei.” “Van wie is het?” We hebben geen idee.

We verbazen ons over de goede staat van het ei. Volkomen intact ligt het daar tussen het mos, als een fossiel uit een andere tijd, een versteend dino-ei. Karen pakt het ei op, althans ze doet een poging maar het ding geeft niet mee. Ook Sylvia probeert het maar het ei geeft geen krimp. Het ligt er al zo lang. Alleen Remco laat zich niet van de wijs brengen en met een ferme greep geeft hij een ruk aan het ding.

Het breekt.

Dit is geen ei meer. Het is een versteend omhulsel geworden, zoals de inwoners van Pompeï die werden teruggevonden als een stenen relict waarvan slechts de vorm nog herinnerde aan wat het ooit was. De inhoud van het ei is getransformeerd tot een chemisch soepje. Een onwerkelijke stank verspreidt zich. De geur is zo smerig dat het de duivels in de hel jaloers zou maken, en Saddam Hoessein erbij. Dit is een weapon of mass destruction. Zelfs onze gangfilosoof kan hier niet tegenop relativeren. Kokhalzend vluchten we de koelkast en de keuken uit.

Laat in de nacht waagt iemand zijn leven om de deur van de koelkast te sluiten en een raam in de keuken open te zetten. De held: Als dank wordt hij een jaar lang vrijgesteld van corvee. Vanaf nu eten we onze boterhammetjes gewoon op de eigen kamer. En de mensa is ineens weer in trek bij mij en mijn huisgenoten.

Een week later is de lucht geklaard, maar wat doen we met die koelkast? Verder gaan met schoonmaken heeft geen zin, de stank is onmenselijk. En laten staan kan ook niet. De aanblik van dat ding is genoeg om opnieuw te braken. Het moet daar weg. Die deur gaat niet meer open hier in dit huis. Gelukkig heeft iemand een idee. De witgoedcentrale heeft een actie: uw oude koelkast is geld waard, ruil nu uw oude exemplaar om tegen een nieuwe. Leve de plaatselijke middenstand.

Spread the word