essay

Het wilde denken: Zelf knutselen aan een wereldbeeld

Complotdenkers worden meestal met een scheef oog aangekeken. Ze plaatsen zich buiten de zogenaamde ‘werkelijkheid’. Dat maakt ze onbetrouwbaar en gevaarlijk in de ogen van mensen die hechten aan houvast in chaotische en onzekere tijden. En toch winnen complottheorieën steeds meer terrein en lijkt het aantal aanhangers toe te nemen. Maar wat drijft mensen om zich over te geven aan complottheorieën?

De complotdenker is een obsessieve, kleingeestige, militante en paranoïde eenzaat, die vooral op zoek is naar aandacht.1 Dat is het beeld dat de buitenwereld schetst van complotdenkers als we onderzoeker Jaron Harambam van de KU Leuven mogen geloven. Ze worden in het beste geval niet serieus genomen, maar eerder nog worden ze gemeden als de pest en gemarginaliseerd en gepathologiseerd, stelt Harambam in zijn proefschrift The truth is out there. Wie in complotten denkt is af, is de heersende opvatting.

Aan de andere kant vormen samenzweringen en manipulaties al jaren een geliefd thema in fictie en non-fictie verhalen. Boeken, films en series waarin dé waarheid of dé werkelijkheid oplossen in een schimmige en duistere schijnwereld zijn populairder dan ooit, denk bijvoorbeeld aan De Slinger van Foucault, The X-files, The Truman Show, The Matrix en The Da Vinci Code. Het is razend populaire fictie waarin duistere krachten heersen, die meestal samenspannen tegen onschuldige en nietsvermoedende burgers met als inzet de wereldheerschappij.

Concreet maken
Complotdenkers beperken zich niet tot fictie, ze zien bedreigingen in de ‘echte wereld’. Die bedreigingen worden steeds abstracter, want de laatste jaren staat ons vrije en ongedwongen leven op het spel door gevaren die subtieler en onzichtbaarder zijn dan ooit. Hoe werken financiële derivaten en waarom ben ik daarvan de dupe als ik werkloos wordt? Wie stelen onze data en wat doen ze er precies mee, en hoe werken algoritmes en hoe beïnvloeden ze de stembusuitslag? Het moderne leven is er niet gemakkelijker op geworden en daar hebben veel mensen moeite mee.2

Als je op straat komt te staan door een financiële crisis en je snapt niets van economie of je zit thuis van school door een vaag onzichtbaar virus uit China, en je snapt niets van statistieken, of als de overheid je vertelt dat je domweg pech hebt gehad of dat je beter je best had moeten doen om een baan te vinden, dan kun je je voorstellen dat er een wereld is waar al je ellende te verklaren is door een voorstelbare, concrete vijand.
Het is veel fijner om te leven in een wereld die je kan snappen. Dat is dragelijker dan te leven in een vreemde wereld waar toeval heerst en vage algoritmes het leven domineren.3En dat is de kunst die complotdenkers verstaan: abstracte problemen concreet maken, een gezicht geven of een naam.3 Zo beschermen mensen zich tegen de abstracte werkelijkheid van statistieken en bureaucraten.

Want het is moeilijk vechten tegen een onzichtbare en ongrijpbare vijand.4 Lijden is zwaar, maar lijden aan een wereld die je niet begrijpt is ondraaglijk. Daarom gaan mensen op zoek naar oorzaken van het lijden. Je zoekt een punt waar je grip op kunt krijgen, waarop je je aandacht kunt richten en waar je menselijkerwijs ook je hoop op kunt vestigen. De hoop dat het lijden eens voorbij gaat.

De paradox van het gezonde verstand!
Een veelvoorkomende reactie van weldenkende mensen – en wie is dat niet? – op complottheorieën is: gebruik je gezonde verstand! Verhalen over de vermeende invloed van 5G op je geestelijke en lichamelijke gezondheid of van een wereldwijd netwerk van kinderporno dat zich anoniem verspreidt via pizzaketens en de software van Bill Gates, de antichrist himself – het is allemaal heel erg onrealistisch en vergezocht. Als je je gezonde verstand gebruikt, weet je dat al die verhalen van complotdenkers helemaal niet waar kúnnen zijn.

Toch schuilt hierin een paradox, want veel complotdenkers gebruiken juist hun gezonde verstand. Zij denken zélf na. Zij volgen niet klakkeloos de meute, zij durven tegen de stroom in te denken en met alternatieven te komen. Zij brengen het motto Durf te denken! In de praktijk. Denk voor jezelf! was het motto van de naoorlogse generaties waarbij de massa’s werden gewantrouwd en op scholen de jeugd werd aangespoord om kritisch na te denken en niet klakkeloos de menigte volgen. Sapere Aude!

Maar dat wil nog niet zeggen dat complotdenkers gelijk hebben. Want kritisch denken betekent ook dat je je eigen opvattingen tegen het licht houdt en de mogelijkheid open houdt dat jouw overtuigingen niet waar zijn. Eén van de criteria van ‘echte’ wetenschap is dat ze falsifieerbare uitspraken dient te produceren: Als je beweert dat alle zwanen wit zijn, dan haalt één zwarte zwaan je claim onderuit. Het vreemde is dat complotdenkers dat principe zelf ook toepassen. Verbeten gaan ze op zoek naar die ene zwarte zwaan in de vijver van de heersende opvattingen. Maar zodra iemand een zwarte zwaan ontdekt in hun ideeën, zullen ze die koste wat kost wit willen verven.

Doe het zelf wereldbeeld
We vertrouwen vaak op onze zintuigen of op ons intuïtieve denken;5 emoties en onze moraal sturen – vaak onbewust – onze waarnemingen.6 Maar dat is geen exclusieve eigenschap van complotdenkers, dat doen we allemaal en vaker dan we zouden willen toegeven. We delen de wereld op in categorieën om grip en overzicht te houden. Dit ‘voorwetenschappelijke’ denken is volgens de Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss heel menselijk en niet verkeerd, omdat elke orde beter is dan geen orde.7 Leven in een wereld die je niet begrijpt is simpelweg ondragelijk.

We maken de abstracte werkelijkheid concreet door nieuwe verhalen te creëren met elementen uit de wereld om hen heen, met verhalen uit de media en uit het dagelijks leven. We selecteren berichten die ons bevallen en die ons gelijk bevestigen in discussies en gaan daarin selectief te werk. Wat ons niet bevalt laten we weg en vergeten we. Complotdenkers doen dat ook, en dat maakt ze niet veel anders dan andere mensen.

“…vanuit dit gezichtspunt kan het mythische denken als een intellectuele vorm van knutselen worden beschouwd,” schrijft Lévi-Strauss.8 Zo knutselen mensen hun werkelijkheid tot een zinvol geheel waarin ze een duidelijke plaats hebben. Lévi-Strauss noemde dat Het wilde denken. Het wilde denken is niet meer en minder dan een poging om ordening aan te brengen in een vreemde wereld, een praktijk die al voorkwam bij prehistorische mensen, en bij niet-westerse culturen die in stamverband leven maar ook bij ons, moderne mensen. Dankzij het internet en de sociale media is meer dan genoeg knutselmateriaal te vinden.

Alleen schieten complotdenkers door in hun ordening van de feiten. Zij maken er een project van, een levenswerk. Complotdenkers slaan fanatiek aan het werk met het bijeenscharrelen van feiten die hun bouwwerk ondersteunen, met allerlei verhalen en data die ze verzamelen via sociale media en het internet. Zo bouwen ze een complex vlechtwerk dat op zichzelf weer een abstracte werkelijkheid wordt, die nauwelijks te doorgronden of bevatten is. Zo bouwen ze een fort dat elke aanval van buitenaf kan weerstaan.

Gesprekkies met gekkies
Sinds de coronacrisis staan complottheorieën volop in de belangstelling. Ze manifesteren zich niet alleen op sociale media, maar complotdenkers zoeken steeds vaker het publieke debat op. Anti-vaxxers, anti 5G- en anti-lockdown demonstranten komen openlijk voor hun denkbeelden uit, ze gaan de straat op en trekken op naar Den Haag om de confrontatie te zoeken met politici. Ze voegen zich bij een groeiend aantal boeren, Gele Hesjes, klimaatontkenners, Kick-out-zwarte-piet en Black Live Matters aanhangers en andere ontevreden burgers. Deze mensen hoeven niet allemaal in samenzweringen te geloven, maar een deel van hen doet dat wel degelijk. Daarbij worden ze gevoed door media die er een verdienmodel van hebben gemaakt om desinformatie rond te strooien en het geluid van het anti-establishment met kracht rond te bazuinen.

Het is onmogelijk om al deze tegengeluiden te negeren of af te doen als marginaal. In de race om het Witte Huis noemde Hillary Clinton in 2016 de aanhangers van haar tegenstrever Donald Trump deplorables. Die opmerking keerde als een boemerang bij haar terug. Mensen met een afkeer van de zogenaamde mainstream media en de elitaire wereld van instituties vormen een grote groep met hun eigen gedeelde ‘werkelijkheid’. Die ‘werkelijkheid’ krijgt voet aan de grond als ze genoeg politiek momentum heeft. Wat we volgens Harambam beter niet kunnen doen is mensen wegzetten als gekkies. Hij stelt: “Als we willen begrijpen waarom zo veel mensen vandaag met deze alternatieve vormen van kennis omgaan, dan moeten we de beweegredenen van deze mensen onderzoeken zonder deze te (willen) meten aan bepaalde epistemologische of morele standaarden.”9

We hebben allemaal last van een complexe wereld.10 Ook ik – als hogeropgeleide – snap steeds minder van de wereld om me heen. Welke krachten beheersen de wereld en wat is mijn of onze plaats in het geheel? Moet ik bijvoorbeeld voor of tegen een associatieverdrag met Oekraïne stemmen?11 Ik heb werkelijk geen idee. Wij stellen ons wereldbeeld samen aan de hand van een selectief aantal ervaringen en waarnemingen, feiten en verhalen. Ook ik knutsel aan een wereldbeeld, waarin een plaats is voor mij en mijn dierbaren. En die wereld hoeft niet samen te vallen als jouw wereld. Ze overlappen elkaar hooguit voor een deel – in het ideale geval.

Of het nou anti-vaxxers, anti-5G of anti-lockdown-demonstranten zijn; mensen proberen grip te krijgen een complexe wereld en dat is heel normaal en menselijk. Natuurlijk zijn er grenzen aan dat begrip wat mij betreft: Als mensen zendmasten in de brand gaan steken en politici gaan bedreigen, dan is die grens overschreden. Daarbij is er een groep mensen die het gesprek niet aan wil gaan, en het maatschappelijk debat moedwillig wil ontregelen, voor de lol of voor geldelijk of politiek gewin. Die kun je beter zo min mogelijk aandacht geven.

We kunnen voorkomen dat het debat ontspoord door met elkaar in gesprek blijven en te luisteren naar de achterliggende angsten en drijfveren. Je hoeft de vreemde en soms paranoïde ideeën van complotdenkers niet over te nemen, maar probeer te luisteren naar de angst die erachter schuilgaat. Want angst, frustratie en onzekerheid is de beste voedingsbodem voor complottheorieën. Als we ons kunnen inleven in die angst en onzekerheid, dan kunnen we misschien de grond onder een hoop van die wilde samenzweringsverhalen wegnemen en er verhalen voor in de plaats laten komen die een evenwichtiger, stabieler en democratischer wereldbeeld nastreven.

bronnen
Jaron Harambam. (2017). The truth is out there: Conspiracy Culture in an Age of Epistemic Instability. Rotterdam: Erasmus University.
Claude Lévi-Strauss. (1968). Het wilde denken. Amsterdam: Meulenhoff.


  1. Eigen vertaling: The notion of the conspiracy theorist as an obsessive, petty minded, militant and paranoid loner is widespread. p. 6 

  2. Contemporary conspiracy theories do not only channel discontents about the workings of societal institutions and the knowledge they produce, but also give expression to the more diffuse feelings of uncertainty and anxiety induced by living in hyperconnected-yet-alienating technological societies.
    Harambam, p. 73 

  3. Conspiracy theories are thus implausible because they “reduce highly complex phenomena to simple causes” (Barkun, 2006: 7).
    Harambam, p. 13 

  4. The large abstract systems that surround us every day, these authors argue, bring forth an ontological insecurity: all kinds of fears and fantasies about opaque and autonomously working structures like the bureaucracy, financial markets, or any other modern system that seem out of control and out to get us.
    Harambam, p. 73. 

  5. Het canonieke voorbeeld tref je aan bij Tversky en Kahneman. Lees meer: https://www.apache.be/gastbijdragen/2020/07/31/een-waarschijnlijke-afweging/
    Tversky & Kahneman. (1983). 

  6. The rational dog and its emotional tail. Jonathan Haidt, Moral Tribes, Joshua Greene. 

  7. Elke vorm van klassificatie is beter dan chaos; en zelfs een klassificatie op het niveau van de zintuiglijke waarneembare eigenschappen is een stap in de richting van een rationele orde.
    Lévi-Strauss. Het Wilde Denken. (1968). p. 28. 

  8. Idem, p. 35 

  9. “Als we willen begrijpen waarom zo veel mensen vandaag met deze alternatieve vormen van kennis omgaan, dan moeten we de beweegredenen van deze mensen onderzoeken zonder deze te (willen) meten aan bepaalde epistemologische of morele standaarden.”
    Harambam, p. 322-323
     

  10. Knight confirms that “the images and rhetoric of conspiracy are no longer the exclusive house-style of the terminally paranoid. Instead, they circulate through both high and popular culture, and form part of everyday patterns of thought.
    Harambam. p. 72-73. 

  11. Nederlands referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. 6 april 2016. 

Spread the word

One thought on “Het wilde denken: Zelf knutselen aan een wereldbeeld

  1. Hallo Rob, weer eens slaag je er weer in, om over wilde vluchtpogingen uit de werkelijkheid, die we moeten gewoon uithouden maar mezelf opsluit in droefenis, mild te blijven .
    Ik word boos, heel erg boos van al dit gemarchandeer met de angst, vaak onherkenbaar verhuld voor zender en ontvanger, Maar ja, om te onthullen moet je wat minder wild denken. Maar gewoon denken en veel meer twijfelen aan de waarheid en het gewicht van de woorden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.