Most Used Categories

erol-ahmed-Y3KEBQlB1Zk-unsplash
column

Het systeem zijn we zelf

De kogel is door de kerk, in het zicht van de eindstreep is het kabinet gestruikeld over de toeslagenaffaire. Dat het hele kabinet is gevallen en niet alleen enkele bewindslieden komt omdat er geen bewindslieden persoonlijk verantwoordelijk zijn, aldus het kabinet; het systeem heeft gefaald. De kranten staan bol van de verhalen van gewone mensen die zijn vermorzeld door de raderen van het systeem. ‘Hoe heeft het zover kunnen komen,’ vragen de media in koor. Het systeem de schuld geven is een gemakkelijke, maar ook hoogst onbevredigende uitweg. Want in een goed verhaal moet er iemand de schuld krijgen, moet de schurk boeten, dan pas kan het recht zegevieren, is de morele balans weer hersteld.

Ik heb me de afgelopen weken proberen in te leven in dat wonderlijke ‘systeem’ – het was kerst en we zaten in lockdown, dus er was toch tijd genoeg. Wat is dat systeem voor een schepsel? Waarom krijgen we maar geen vat op die bureaucratische draak met vele koppen? Velen voor mij hebben het geprobeerd, van Kafka tot Voskuil, maar zonder de draak definitief te verslaan. Voormalig filosoof des vaderlands René ten Bos schreef een heel boek over het bureaucratisch systeem en vergeleek het met een inktvis met vele armen. Een ‘ding’ dat veel te groot is voor ons bevattingsvermogen, geen object maar een hyperobject.

Toch is dat vreemde schepsel ook wonderlijk vertrouwd. We hebben er dagelijks mee te maken en we hebben het zelf gecreëerd. Sterker nog, we maken er zelf deel van uit; van het systeem. Als ambtenaar of beleidsmedewerker, als agent, journalist of leraar vormen we allemaal samen hét systeem. Het is daarom een te ‘romantisch’ idee om te doen alsof het een vijand van buiten is, die ons bestaan bedreigd. Het systeem zijn we zelf. ‘Ich bin ein Systemer.’

In een antropologische zoektocht naar het wezen van het systeem vroeg ik me afgelopen weken dus af wat ík, als ik ambtenaar was geweest, had gedaan? Wat had ik gezegd tegen die arme mensen als ik bij de belastingdienst had gewerkt, en ik de dossiers van die mensen had moeten behandelen? Had ik deze dossiers wél met mededogen bekeken, en had ik door de inkt en de kille cijfers wél het menselijk leed gezien dat erachter schuilging? Het antwoord op die vraag moet ik schuldig blijven.

Wat zou ik hebben kunnen doen als ik zo’n ‘persoon’ aan de lijn had gehad die me vertelde dat ze ‘echt niet had gefraudeerd’? Het stond immers zwart op wit dat er sprake was van fraude. Hoe had ik als eenvoudige medewerker dat stempel kunnen wegpoetsen? Had ik naar mijn leidinggevende kunnen gaan om te pleiten voor mededogen en de zaak opnieuw kunnen wegen? Waarschijnlijk niet, want de baas moest zijn targets halen en ik moest zoveel dossiers in een dag afhandelen. Ik zou hooguit met een slecht gevoel gaan slapen die avond.

Als je eenmaal het stempel hebt in het systeem, raak je het niet meer kwijt. Dát is het monsterlijke van het systeem. Het systeem moet ons beschermen tegen willekeur, want iedereen is gelijk voor de wet. Maar als je eenmaal – terecht of onterecht – het brandmerk hebt, laat het systeem je niet meer los. Als het systeem je heeft aangemerkt als fraudeur, dan kan een eenvoudig ambtenaar daar niets meer aan veranderen. Een medewerker kan fouten maken, maar het systeem niet, want als er één foute beoordeling tussen zit, dan kunnen alle andere beoordelingen ook fout zijn, en dan is het systeem dus zelf fout. En dat is pas werkelijk onverteerbaar.

Spread the word

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.