Most Used Categories

column

Het moet over liefde gaan

Achter mijn veldezel tuurde ik samen met zes andere kwieke amateurkunstenaars naar de horizon. We tekenden tijdens onze jaarlijkse tekenvakantie Overijssels landschap. Onbeholpen en onbekommerd trok ik mijn lijnen, liet vaak verkeerde schaduwen verschijnen, voelde geen drang en geen dwang om te presteren. Slechts mijn leeglopend hoofd was er. Er is geen betere zomerweek dan in zijnsvergetelheid!

Maar niets is wat het lijkt. Ontembare gedachten dwarsboomden de zielenrust ineens. Schaamte is een ingewikkelde emotie, dus mijn hoofd was er wel even zoet mee. Schaamte over de minachting die de ‘culturele sector’ – vergeef me de lelijke beleidstaal die eigenlijk alles al zegt – in dit vlakke land dezer dagen ten deel valt, schaamte over het feit dat de sector hier zelfs meer dan in andere Europese landen tegenwoordig het sluitstuk vormt van politieke aandacht. Maar voor alles is er de schaamte over mijn eigen onbeduidendheid als rentenierend amateur in dit nieuwe normaal, terwijl professionele kunstenaars werkelijk alles uit de kast trekken een gewaardeerde speler op de markt van welzijn en geluk te zijn. De sector schreeuwt om aandacht, waardering en zichtbaarheid. Hartverscheurend, soms in geveinsde nederigheid tenenkrommend lijkt het wel een kruistocht tegen de bloedeloosheid van eenzame podia of lege musea. In dit aangeharkt Arcadië vlakbij Staphorst gaf mijn hoofd de goddeloze streken op papier weer eens een bitterzoete bijsmaak. Wat doe ik hier zo zonder enkele maatschappelijke relevantie. Is er met dit lijf in vrolijk verval nog wel een verweer mogelijk tegen nutteloosheid, onbeduidendheid en overbodigheid terwijl we ook goedlachs moeten genieten van dit leven en doen wat we leuk vinden? Niets is meer waar vandaag te dag, ook niet de relatie tussen waarheid en schoonheid.

Het was niet druk in het natuurgebied ‘Weerribben ‘en het waaide behoorlijke goven over het water toen ik de doorgaans goedlachse tekenleraar bij werkstuk in wording van een van ons met ongekende ernst hoorde zeggen: ‘Er zit iets van waarheid in dit schilderij.’
Ik was echt geraakt, te ontroerd om te kunnen vragen wat hij bedoelde. Kon slechts vermoeden en blijven peinzen over de toestand in de wereld, zag het wuivende riet langs het water, zette nog enkele woedende, scheurende rebelse krassen op het mijn eigen blad en haalde de witkwast er dan weer overheen. Ineens keek ik door een andere bril! Voelde me Tijl Uilenspiegel op het schellinkje van dit toneelstuk en schaterlachte toen ik zag, wat ik met kwast en krijt had aangericht. Dit gaat nog lang niet over liefde! Daar moet het over gaan als het enige, wat ertoe doet!

Op de valreep naar vergetelheid schrijven tweede generatiekinderen- mannen en vrouwen te over – nog familiegeschiedenis in de context van het verleden. Na vijfenzeventig jaar vrede kantelen ook in het vlakke land de tijden. Hier blikte men onder grootse wolkenluchten liever vooruit, hier geloofde men eerder in het belang van het vergeten dan in dat van de herinnering. In persoonlijke verhalen wordt nu veel onvoltooid verleden ontdekt, betekenis gegeven in Dur en in Moll. Met een lach en een traan neemt men de duikvlucht in de vervlechting van het persoonlijke met het politieke. Daar is dan ook geen ontkomen meer aan nu de grote hemel boven ons leeg is geworden. Kortom, er worden veel snaren bespeeld in biografieën en autobiografieën. Kinder- en jeugdjaren lijken ineens op een springende bron. Intussen gaat de wereld maar door met het strategisch of – ergerdom – oliedom zaaien van verwarring tussen feit en fictie, berooft vluchtelingen van hun toekomst en belooft maakbaarheid. Je zou er cynisch van worden.

Over weerloos cynisme gesproken: Kundera is zijn tijd vooruit met zijn laatste roman getiteld ‘Het feest der onbeduidendheid.’ Hij geloofde al niet meer in maakbare vooruitgang laat staan in de aanspraak op waarheid. Hij wind er geen doekjes om. Hij ziet niets in lichtheid, die ondragelijk is. We kunnen slechts lachen om ons volstrekt onbeduidend lot.

‘Houd toch op met je geestdriftige zoektocht naar de zin van het bestaan. De hemel is leeg en jij bent slechts sterrenstof’. De schrijver drijft schaamteloos de spot met mijn onbeduidendheid. Hij prikt in de opgeblazen ballon van mijn grootste probleem. Op het feest der onbeduidendheid voel ik me een geminacht muurbloempje en word niet meer ten dans gevraagd.
Gedachten werden weer eens stuifmeel in het hoofd.
Ik zag het wuivende riet langs het water, zette woedende, scheurende rebelse krassen op het doek en haalde de witkwast er dan weer overheen. Ineens keek ik door een andere bril!

Voelde me Tijl Uilenspiegel op het schellinkje van dit toneelstuk en schaterlachte toen ik zag, wat ik met kwast en krijt had aangericht. Ik zal voortaan wat vaker mijn mond houden in deze kakafonie van kleuren en geluiden, Milan Kundera herlezen over zijn spiegel van de tijd en een poging wagen, om het met de schrijver hartgrondig eens maar ook hartgrondig oneens te zijn.

Spread the word

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.